De nieuwste column
De verhalen hieronder zijn recentelijk verstuurd naar het Maritieme weekblad Schuttevaer. Mogelijk lees je ze binnenkort in dit weekblad.
Het bovenste verhaal is het meest recente
Aboriginals
Het noordwesten van Australië, zeg maar van Cape Lambert tot Dampier, was een aantal decennia geleden nog vrijwel ongerept. Enorme lege vlaktes van rood gesteente, afgewisseld met ruwe begroeiing. Er leefden kangoeroes en er zwierven Aboriginals rond. Wat mij altijd is bijgebleven: de inheemsen lieten de omgeving, na hun verblijf, net zo achter als toen ze arriveerden. Tot de kleinste steen, gebruikt voor een vuurkring, werd teruggelegd waar deze bij aankomst had gelegen. De enige tastbare sporen van hun bezoek waren massa’s lege schelpen van zeedieren. Ik heb er honderden zien liggen bij zoetwaterpoeltjes waar deze Aboriginals hun tijdelijke kamp opsloegen. O ja, ook hun afbeeldingen, in platte rode rotsen gekerfd, zijn nog steeds te zien, zomaar verspreid in rotspartijen. Primitieve afbeeldingen van kangoeroes en andere (soms inmiddels uitgestorven) lokale dieren. Sommige van deze kunstwerken zijn misschien wel veertigduizend jaar oud, aldus een man van de immigratiedienst met wie ik een tochtje door de omgeving maakte.
Toen hier op grote schaal ijzerets werd aangetroffen, veranderde alles razendsnel. Er werden enorme havens gebouwd met installaties die het ijzererts in gigantische bulkschepen laden. Ik sprak een stuwadoor die een paar maanden per jaar in het Noordwesten werkte. Hij vertelde over zijn enorme salaris maar ook dat zijn hotel schreeuwend duur was geworden, net als alle andere prijzen. En die Filipijnse vrouw die hier ooit een schamel stukje grond had gekocht vóór de ijzerertsgekte, ze was nu zeer vermogend!
Bij al deze veranderingen was de scheepvaart van cruciaal belang. Natuurlijk om het erts af te voeren, maar allereerst om de havens te bouwen. Enorme pieren werden aangelegd, ‘shiploaders’, waarmee wel 5000 ton erts per uur (!) geladen kon worden, werden uit China geïmporteerd. Om de enorme ‘decks’ voor de pieren en zware machinerieën te vervoeren waren speciale schepen nodig. Schepen met grote en sterke kranen. Daarom werden wij ‘uitverkoren’ om de shiploaders aan te leveren en een ander schip van onze rederij nam de aanleg van de pieren voor haar rekening.
Maanden waren onze collega’s bezig deze klus te klaren, dag in, dag uit. In ‘the middle of nowhere’… Even naar de kroeg was er niet bij. En al zouden ze gewild hebben, ze kónden niet eens aan de wal want de pier had nog geen dek, die waren ze namelijk aan het construeren, die lagen nog bij hén aan dek!
Wij daarentegen leverden de machines af, bezochten tussen de bedrijven door de plaatselijke pub en gingen er weer vandoor. Op naar de volgende haven. Constructiewerk was bij mij niet echt populair. Varen betekende voor mij toch echt zoveel mogelijk van de wereld zien. Wat dat betreft begrijp ik een Aboriginal, zwerven en wanneer het bevalt, een paar dagen blijven.
De omgeving in NW-Australië wordt nooit meer wat het was, maar misschien vind je hier en daar nog een ingekerfd rotsblok, met een primitief dier erop, als herinnering…
Boven: Zware machine aan dek (Happy Diamond)
Midden: Rotstekening in Dampier
Onder: Poeltje in Dampier
Hitteprotocol
Soms, en zeker in het begin van deze zomer, ben ik echt blij niet meer iets te móeten. Vandaag ben ik, ondanks de hitte, onderweg naar de haven van Hoorn, een kwartiertje fietsen. Daar is het uit te houden, zeker met zuidwestelijke wind die over het koele water van het Markermeer komt aanzetten! Ik zit op het Houten Hoofd, net als andere min of meer vaste bezoekers, te kijken naar de schepen van de bruine vloot die daar arriveren.
Op een van die schepen krijgt een piepjonge matroos les in het aanmeren van het schip. Hij wordt steevast ‘maat’ genoemd door de barse schipper.
‘Die tros…dat touw, gewoon zo over die bolder beleggen, maat! Niet te strak, laat maar iets doorslippen, maar houden wanneer we in positie zijn. Snap je maat?’
De maat knikt maar zijn rode gezicht drukt opperste verwarring uit, terwijl zweet zijn T-shirt doorweekt. De hele week is het nu al boven normaal heet. Hitterecord na hitterecord wordt gebroken, kranten staan vol verhalen over ‘versteende wijken’ waar door gebrek aan bomen de temperaturen nog eens met tien graden op kunnen lopen. Mensen zonder enig benul van de gevaren op een rivier komen in de problemen of verdrinken zelfs.
Op de terugweg kom ik langs een weg die opgebroken is. In de volle zon staat daar een handvol wegwerkers te ploeteren met zware machines terwijl anderen op hun knieën stoeptegels leggen. Ze praten in een voor mij onbekende taal. Kennelijk zit er geen enkele Nederlander in de groep wegwerkers. En kennelijk doen ze bij dit bedrijf ook niet aan hittepreventie.
Dat doet me denken aan die keer in Dahej, India. We lagen daar om projectlading aan dek te laden. Het was heet, zeg maar gerust snikheet. De lading, zware stalen constructies, stonden aan dek maar moesten nog gezeevast worden. Op een moeilijke gehurkte manier deden de lassers hun werk. Het stalen dek was te heet om daar met je knieën op te zitten. De matrozen klaagden over de zware omstandigheden en het drinkwater was niet aan te slepen.
‘Hebben we niet iets van een hitteprotocol? Het is buiten meer dan 40 graden!’ zei de hwtk die tijdens pikheet bij mij op de brug (met airco) was gekomen, ‘moet je zien hoe die jongens lopen te zweten!’
De ladinginspecteur, ook naar de verkoeling van de scheepsbrug gevlucht, schrok op:
‘We kunnen niet stoppen, de klus moet geklaard zijn vóór vijven! Het tij komt op en dan kunnen jullie nog vandaag vertrekken en…’
‘Wist je dat het dek meer dan 70 graden heet is, beste superintendent? Ik heb het zojuist gemeten…’ repliceerde de hwtk.
Toch vreemd dat er geen hitteprotocol bestaat aan boord van schepen. Om gewoon siësta te kunnen houden wanneer het té heet wordt.
‘Die matrozen lopen toch niet op blote voeten!’ sputterde de ladinginspecteur, terwijl zweet, ondanks de airco, op zijn voorhoofd parelde…
Boven: werken in de smorende hitte, Haiphong, Vietnam.
Onder: Dahej, India, nog zo'n verzengende haven.
De kromming van de aarde
Ooit schreef ik een verhaal over één van mijn leerlingen die, samen met vijf anderen, bij ons aan boord hun vaartijd moesten halen. Sjaak was een rustige, bijna stille jongen die daardoor minder opviel dan de anderen. Ofschoon hij niet erg op de voorgrond trad wist je meestal precies waar hij was. Hij was te traceren door zijn enorme schoenmaat. Wanneer je twee sloepachtige schoenen voor de deur van zijn hut zag staan wist je: Sjaak is thuis!
Zijn medestudenten beweerden dat zijn schoenen op een scheepswerf waren vervaardigd en sommige boze tongen zeiden zelfs dat de zolen van die schoenen de kromming van de aarde volgden.
Nog een weetje: Schiedam of Zaandam hebben ongeveer 80.000 inwoners. Wat hebben deze twee, schijnbaar los van elkaar staande, onderwerpen met elkaar te maken?
Wel, gedurende de laatste ruim dertig jaar verschijnt er af en toe een artikeltje in de maritieme pers over een nog te bouwen megaschip, het Freedom Ship-project genoemd. Eerdere berichten spraken over een vaartuig van 1800 meter lang, 250 meter breed en 85 meter hoog; in een later bericht waren de afmetingen iets minder: 1600 x 44 meter, maar nog steeds 30 verdiepingen hoog. Daarom moest ik direct aan Sjaak zijn schoenen denken.
Daarna zocht ik twee middelgrote steden op met een inwoneraantal van omstreeks 80.000, het aantal opvarenden dat op het schip kan aanmonsteren. Nieuwsgierig als ik ben borrelden allerlei vragen bij me op.
Is dit simpel een oversized cruiseschip van een rederij die ‘de grootste’ wil hebben? Wordt het een drijvende stad vanwege overbevolking? Immers, er zouden winkels, scholen, kantoren, parken en zelfs een stadion komen, buiten die woningen voor 80.000 opvarenden.
Volgens Wikipedia is de ‘totale oppervlakte van Zaandam ongeveer 23 km². Hiervan bestaat 19,42 km² uit land en 3,58 km² uit water.’ De oppervlakte van het schip zal (dan neem ik de grootste afmetingen uit het oudere artikel) ongeveer 0,45 km² zijn. Wordt dat niet erg proppen?
En dan de bestemming van dit ‘schip’. Waar kan het met deze afmetingen überhaupt aanmeren? Wie zou er op een dergelijk schip willen varen? Volgens de ontwerper, Norman Nixon, zouden vooral (super)rijke mensen aan willen monsteren. Omdat het gigantische schip inderdaad geen havens kan aanlopen, zou het continu rond de wereld varen. De rijkaards zouden nergens een huis hebben en dús geen belasting hoeven te betalen… Aha.
Dus je bent superrijk, je kan je veroorloven gigantisch bedragen neer te leggen en de rest van je leven zit je opeengepakt met 80.000 bevoorrechte lotgenoten, op een door kernenergie aangedreven ‘schip’ met een oppervlakte van nog geen halve vierkante kilometer in flatgebouwen van 30 verdiepingen hoog. Alleen maar om geen belasting te hoeven betalen!
Blijft één prangende vraag onbeantwoord; zou het vlak van dit vaartuig de kromming van de aarde volgen net als de schoenzolen van Sjaak?
'Aida Prima' (Zeebrugge) Groot, groter grootst
Schoenen met zolen die de kromming van de aarde volgen
Op een onbewoond eiland
Bij mij thuis staat nog een televisie, vaste programma’s op vaste tijden, wel zo vertrouwd en overzichtelijk. Niet dat ik elke dag van de week dezelfde programma’s kijk, soms zap ik door een overvloed aan zenders. Zo stuitte ik laatst op een programma waar huilerige mensen vertelden dat ze helemaal kláár met Nederland waren. Helemaal! En dat ze naar het buitenland gingen emigreren. Naar Paraquay.
De reden van hun vertrek is niet relevant voor dit verhaal. Toch, na het kijken van de eerste aflevering, bleef de vraag hangen; waarom Paraquay? Het bleek dat het levensonderhoud daar veel goedkoper is, het land een soepeler regelgeving heeft maar het belangrijkste was dat je in Paraquay ‘buiten het systeem’ kan leven, wat dit ook mag betekenen.
Helaas blijkt de praktijk in Paraquay voor veel immigranten een stuk weerbarstiger. Corruptie, minder medische voorzieningen, misdaad…
Zijn er op de wereld dan geen plekken waar je wél ‘buiten het systeem’ kan leven en waar geen corruptie, bemoeizucht en misdaad zijn? Ik moest direct denken aan de vele eilanden die ik in mijn varende bestaan gepasseerd ben of heb aangedaan. Ik duik in mijn archief en vind al snel een paar geschikte locaties voor mensen die klaar zijn met Nederland.
Neem Tolokiwa Island (Papua New Guinea), een fijne tropische temperatuur en zo ver ik vanaf de brugvleugel heb kunnen observeren wonen er geen mensen, op die verdwaalde visser na dan. In ieder geval woon je op dit eiland ver weg en ‘buiten het systeem’. Wel zo nu en dan de was binnenhalen want Tolokiwa Island is een vulkaan waar nog wel eens een wolkje rook uit ontglipt.
Wil je toch wat meer in de buurt wonen van mensen, dan zou je High Peak Island kunnen overwegen. Geen lava in je achtertuin en wanneer je een hengeltje uitgooit duurt het nooit lang voor je beet hebt. Soms een haai, maar ja, die komen nu eenmaal veel voor in het Great Barrier Reef. Wel even toestemming vragen aan het systeem, dat kan nog wel een dingetje zijn…
Serpent Island behoort tot Mauritius. Ook een klein eiland en hoewel je waarschijnlijk geen last hebt van autoriteiten die bemoeizuchtige regeltjes opleggen, doet de naam Serpent Island toch vermoeden dat je medebewoners ook lastig zouden kunnen zijn.
Gelukkig heb je dan nog altijd Robinson Crusoe Island met de hoofdstad (nou ja, hoofddorp… hoofdgehucht) San Juan Bautista. Op ruime afstand van de Chileense kust gelegen, gematigd klimaat, fris oceaanwindje en een prachtige natuur.
Last but not least: Neptune Island, het eerste eiland die je tegenkomt wanneer je de Spencer Gulf aanloopt in zuid Australië. Wel moet je het eiland delen met de vuurtorenwachter. Ik zag in ieder geval zijn huis staan.
Teruglezend denk ik toch dat Nederland zo gek nog niet is, met al haar voorzieningen, regeltjes, maar natuurlijk wel met ‘het systeem…’
High Peak Island
Robinson Crusoe Island
Tolokiwa Island
Het leugenbankje
Omdat Den Oever een bijzonder toegankelijke zeehaven is (geen gezeur met toegangspoorten, pasjes en slagbomen) kom ik daar regelmatig. Even de zee ruiken, prachtig bewaard gebleven botters bewonderen die in een hoekje van de haven liggen, langs talloze viskotters slenteren die in het weekend gemeerd liggen, uitkijken over het wad, uitwaaien op het uitkijkplatform aan het einde van de haven. Even een dagje uit, dicht bij huis.
Ook nu loop ik over de havenkade wanneer mijn oog valt op een merkwaardig bouwseltje, aan het begin van de pier bij de visafslag. Het lijkt een soort bushalte hoewel de kans klein is dat er hier, midden tussen de vissersschepen, een busdienst bestaat. O, dan zie ik het. Op een enigszins roestig bordje staat ‘Leugenbankje’. Leugenbankje?
Ik ga poolshoogte nemen en kom erachter dat het een soort informatiebord is om de argeloze bezoeker van de haven zijn vastgeroeste ideeën te helpen ontzenuwen. De stelling ‘Ze zeggen dat visserij de zee vervuild’ wordt weerlegt omdat vissers niet alleen vis vangen maar ook tonnen afval! Ze nemen dit afval mee naar de wal en helpen zo de zee iets schoner te krijgen. Net als de vrijwilligers die langs wegen met een vuilgrijper en vuilniszak zwerfafval opruimen, maar dan op zee.
‘Ze zeggen dat vis te duur is.’ In de verklaring staat: ‘Dat komt omdat er van alles moet gebeuren voordat de consument de vis kan eten.’ Immers, de vele tussenhandelaren en verwerkers moeten ook iets verdienen. Klinkt plausibel.
Tenslotte wordt getracht de stelling ‘Ze zeggen dat de visserij de bodem verstoord’ te weerleggen. Tijdens het lezen hiervan (waar het eigenlijk alleen gaat over de relatieve lichte bodemberoering door garnalenvissers, het leeuwendeel van de hier gestationeerde vissersvloot) moet ik ineens denken aan een recent groot experiment van een groep biologen van het Nioz (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) en de Rijksuniversiteit Groningen. De biologen deden proeven op stukken bodem in de Waddenzee met verschillende sleepvistechnieken. Het resultaat laat zien dat hoe vaker de bodem wordt beroerd, hoe minder langlevende soorten zoals kokkels en anemonen voorkomen.
Den Oever, Visserijhaven met rechts het leugenbankje
Prachtig bewaard gebleven botters
Lijkt me logisch, wanneer elke dag een vistuig over de bodem wordt getrokken zullen langlevende soorten naar elders verhuizen. Het is klaarblijkelijk geen leugen dat er gesteld wordt dat de bodem door visserij verstoord wordt, maar meer een poging duidelijk te maken dat garnalenvisserij minder schadelijk is dan bijvoorbeeld de vangstmethoden voor platvis.
Afijn, ik ben geen visser, heb daar ook geen ervaring mee en ik juich het toe dat er aandacht is, ook bij de vissers zelf, om de visvangst duurzaam en zo min mogelijk belastend voor de zee te laten zijn.
Zo, en dan is er op het haventerrein nog een prima restaurant waar je een heel lekker visje kan eten! O ja, misschien de naam ‘leugenbankje’ veranderen in ‘uitlegbankje.’
Kapers op de kust
Wanneer je het als zeeman over kapers hebt, zullen de meesten direct aan de aanvallen van lokale criminelen in de wateren rond West-Afrika, Golf van Aden of elders in Azië denken. Ben je geen zeeman dan spoken wellicht zwaar geromantiseerde of gefantaseerde flarden van films of boeken over zeerovers door je hoofd, nauwelijks op waarheid berustend. Zeeschuimers, zeerovers, kapers of piraten hebben in ieder geval tot op de dag van vandaag hun sporen nagelaten.
Voor de internationale zeevaart zijn de aanvallen in beruchte gebieden zoals hierboven genoemd nog steeds een risico, maar eenmaal ver weg van de kust op de oceaan, in Europese wateren of rondom Australië, kan varen nog steeds heerlijk zorgeloos zijn. Het is uitgesloten dat er plots een zwaarbewapend schip aan de kim opduikt die, na enkele schoten voor de boeg te hebben afgevuurd, sommeert bij te draaien. Nadat kaperbrieven zijn getoond wordt vervolgens schip en lading geconfisqueerd, ‘in naam van de koning’.
Zo ging dat vroeger: schepen voorzien van een officiële kaperbrief mochten vijandelijke schepen aanhouden die bijvoorbeeld een blokkade wilden breken. Het was een (voor een staat) goedkope manier om oorlog te voeren want de marine hoefde dan niet ingezet te worden. Het waren, zeg maar, gelegitimeerde bandieten die in opdracht en met toestemming van de overheid op kaapvaart gingen. Veel zeevaarders, anno 2026 nog steeds beroemd, waren kaper. Zoals Piet Hein bijvoorbeeld. En ook onze bekendste zee admiraal Michiel de Ruyter begon zijn carrière als… inderdaad, kaper.
Heel leuk om dit in geschiedenisboeken te lezen; het was een heel andere wereld natuurlijk. We leven nu in een moderne tijd met internationaal afgesproken regels en… maar wacht eens even!
In mijn dagblad stuit ik op een paginagroot artikel met als kop ‘Kapers op zee? In de VS klinkt het idee weer.’ Huh? Weer een nieuw hersenspinsel van de grote oranje leider van de VS?
Boven: St. Thomas, schertsschip 'Blackbeard Revenge' Amerikaans kaperschip?
Het blijkt dat het verstrekken van kaperbrieven aan paramilitaire groeperingen nooit verdwenen is uit de Amerikaanse grondwet. En omdat de regels nog steeds gelden maar wel voorschrijven dat kaapvaart alleen geoorloofd is wanneer er sprake is van een blokkade… Het was, zelfs voor de kring rond de Amerikaanse president, niet moeilijk te opperen dat kaapvaart te gebruiken zou kunnen zijn rond de Straat van Hormuz! Gewoon een paar bewapende schepen met daarop wat paramilitair personeel met een kaperbrief!
China heeft alvast aangegeven eventuele Amerikaanse kapers als zeerovers te beschouwen en daar zeer streng tegen te gaan optreden.
Het lijkt erop dat Amerika zich heeft vergaloppeerd in de oorlog tegen Iran en bijna wanhopig zoekt naar (maritieme) oplossingen.
Maar het grootste gevaar van dit zoveelste absurde idee uit de koker van de Amerikaanse regering is natuurlijk dat de vrijheid van navigatie voor de internationale scheepvaart verder uitgehold wordt. IMO, NAVO, EU, iemand: werk aan de winkel!
Amersfoortse grachten
Nederland is een land van regeltjes. Alles moet geordend zijn. Dat is helaas (vaak) ook wel nodig, want het is hier druk. Heel erg druk, soms. Met mooi zomerweer neemt bijvoorbeeld de drukte op het water explosief toe. De meest vreemde vaartuigen duiken op; van peperdure protserige sloepen, supplanken (meer een drijftuig, geen vaartuig in mijn opinie), zeilbootjes en rubberboten, tot batterij-aangedreven surfboards met jetfoils, de zogenoemde e-foils.
Ik snap best dat er wet- en regelgeving nodig is, want veel mooiweervaarders gaan gebukt onder de hinderlijke misvatting dat je zomaar een vaartuig kan besturen. Veel dagjesvaarders, met de films van Johnny Depp nog in het achterhoofd en soms nog wat geschiedeniskennis over Michiel de Ruyter, denken automatisch ‘varen kan ik ook, ik heb toch een rijbewijs…’
Aangezien er op het water geen rijbanen met witte lijnen ernaast zijn of stoplichten, zebrapaden of flitspalen varen ze erop los, het liefst zo snel mogelijk alsof het een auto betreft. Maar dan zonder die hinderlijke verkeersregeltjes! De regels díe er zijn worden misschien gehandhaafd op de grote vaarwegen, op kleinere slootjes en grachtjes heb ik nog nooit een verbaliserende Boa gezien. Wel een boze oma, zoals gisteren op de sloten rond mijn dorp, die vanaf de oever haar kleinzoons maande toch wat langzamer te varen in hun rubberboot met (veel te zware) buitenboordmotor. Die borden ‘max 6 km’ staan er toch niet voor niets?
Koppelpoort vanonder een brug gezien
Gelukkig gaat de overheid optreden! Het moet maar eens uit zijn met die chaos op het water! Een verplichte bijscholing op Europees niveau. Er komt een nieuw Europees vaarbewijs.
Voor alle waterrecreanten? Eh, nee, eigenlijk is het voor binnenvaartschippers die met meer dan twaalf passagiers varen. Rondvaartboten met toeristen dus. In bijvoorbeeld Amersfoort, waar stichting Waterlijn haar rondvaartschippers (vrijwilligers) moet bijscholen over de betekenis van een blauw bord, oploopregels, schepen met een breedte van 9,50 m tot 11 m, indien de containers in meer dan twee lagen zijn geladen, gekoppelde samenstellen, enz.
Laden de rondvaartschepen dan regelmatig containers in meer dan twee lagen of staan de grachten van Amersfoort dan vol met blauwe borden? Nee.
Logisch dus dat deze sympathieke stichting een uitzondering wil. De schippers van de grachten van Amersfoort bezitten allemaal het klein vaarbewijs. Dit moet voldoende zijn om in de grachten, waar het nergens dieper is dan 80 centimeter, rond te mogen varen met groepen toeristen. En ja, soms meer dan 12 in een keer…
Al een paar keer ben ik in Amersfoort geweest. Prachtige middeleeuwse poorten overspannen oude grachten. Ik begrijp dat er een markt is om met fluisterstille rondvaartbootjes van al deze pracht te genieten. Met bevlogen vrijwilligers die de stad als hun broekzak kennen. Die al heel lang de rustige grachten bevaren zonder last te hebben van binnenvaartschepen, speedboten en sloepen. Beste regering, graag een uitzondering voor deze groep schippers. Het kan wel!
Ontsnapt door Straat van Hormuz
Het moest er ooit van komen en ik had het zelfs verwacht. De digitalisering in de scheepvaart gaat zo snel dat systemen waar ik nog mee gewerkt heb al lang hopeloos ouderwets zijn geworden.
Dat begon al vroeg in het begin van mijn carrière. Had ik nog geleerd op de zeevaartschool te werken met het navigatie-instrument Decca Mark 12, een behoorlijk uit de kluiten gewassen kast met vier wijzerplaten, toen ik als jongste matroos aan boord stapte van het koel- en vriesschip Atlantic stond daar al de Decca Mark 21. Die kon je al digitaal uitlezen, alhoewel de wijzerplaten nog wel aanwezig waren.
‘Nieuwerwets spul!’ gromde de kapitein, ‘ga jij daar maar mee aan de slag! Jij komt tenslotte net van school…’
Ook stond er een Satnav, de voorloper van het GPS-navigatiesysteem. De handleiding beloofde ‘één keer per uur’ een betrouwbare ‘fix’, een positie dus. Helaas kwam het regelmatig voor dat we buiten Decca-bereik voeren (Decca was eigenlijk alleen bedoeld voor Canada, Australië en West-Europa) en dat de Satnav meerdere uren achter elkaar geen fix produceerde. Dat was hét moment van onze ouwe; quasi onverschillig, de sextant in de hand, kwam hij informeren of de Satnav al een positie had gegeven. Nee? Dan zou hij even laten zien hoe ze dat vroeger deden, die plaatsbepaling!
Drukte op het radarscherm
Decca Mark 12
Maar de vooruitgang was niet te stoppen, systemen schoten als paddenstoelen op, werden als wondermiddel voor navigatie of communicatie aangeprezen en moesten alweer snel plaats maken voor nóg modernere, nóg betere systemen. Computers, autonome- of gekoppelde systemen, digitalisering, IT-afdeling en wachtwoordmanagement; het zijn termen waar de gemiddelde zeeman dagelijks mee te maken heeft. En daar zal, nu we het AI-tijdperk zijn ingerold, nog veel meer bij komen.
Aan al dit hightech geweld zit wel een keerzijde. De systemen moeten wel blijven werken.
Ik weet zeker dat sinds ik gestopt ben met varen, slechts een paar jaar geleden, het mij op een moderne brug duizelt. Er zijn systemen geïnstalleerd waarvan ik niet wist wat er allemaal mogelijk mee was. Hier, neem dit artikel in mijn dagblad: het gaat over hoe het sommige schepen gelukt is door de Straat van Hormuz te varen zonder opgemerkt te worden.
Ik citeer een stukje: ‘de bemanning van een enorme ruwe olietanker (…) heeft de transponder uitgezet om zo een paar uur van de radar te verdwijnen.’ Dus je zet de transponder uit en je verandert in een stealth-schip! Dat wist ik niet! Niets meer te zien op een radarscherm!
Het betekent volgens mij dat de Hormuz Strait bewakers alleen maar naar de data van de AIS hebben gekeken en het radarscherm hebben genegeerd. Er was kennelijk geen oude rot aanwezig die, quasi onverschillig, met een knikje van zijn hoofd naar het radarscherm had gewezen dat de echo van dat enorme schip nog steeds te zien was…
Feest in de Suezhaven
In de Suezhaven te Amsterdam liggen twee opmerkelijke schepen, vlak bij elkaar. Ik ben op weg naar een personeelsfeest van ex- zeevarenden, gehouden op een schip, en koers automatisch af op het schip met twee indrukwekkende masten. Geen exemplaar van de zogenaamde bruine vloot, zo te zien. Omdat de poort van het haventerrein openstaat loop ik door waar een jonge vrouw bij de ingang van een loods staat.
‘Is hier het personeelsfeest?’ Vraag ik haar (tegen beter weten in) en op dat moment herken ik het schip. Het is de Tres Hombres, een brigantijn die, geheel zonder motor, in Midden- en Noord-Amerika duurzame producten laadt en naar Europa brengt. Het schip is in 1943 gebouwd als een kriegsfischkutter, kennelijk had de Deutsche Wehrmacht ook wel eens trek in een visje. In 2007 is het omgebouwd tot een zeilend vrachtschip die, geheel duurzaam, kleine hoeveelheden lading kan vervoeren.
De vrouw vertelt me enthousiast dat met de vandaag aangevoerde cacao chocola gemaakt gaat worden in het fabriekje aan de kade. En, voegt ze eraan toe, voor zover ze weet staat er vanavond geen personeelsfeest gepland aan boord van de Tres Hombres.
Toch ietwat teleurgesteld zie ik ineens vanuit mijn ooghoeken een donkergekleurd schip liggen; het heeft iets weg van een veerboot, maar dan ontworpen door een student scheepsbouw die geen belang stelde in een mooi scheepssilhouet. Het schip voert de vreemde naam Docks 3.
Boven de scheepsnaam is nog de vorige naam te lezen: Moby King. Het blijkt de voormalige Rottum te zijn, gebouwd in 1960, de veerboot naar Ameland. Het is tegenwoordig een ‘feestboot’ volgens de website van de eigenaar. Hier zal dan wel het feest gegeven gaan worden en via een soort stalen plaat (geschikt voor rolstoelen) maar zonder scepters of gangwaynet, ga ik aan boord.
Omdat ‘de feestboot beschikt over twee grote buitendekken waarop uw hele gezelschap van de zon kan genieten’ (volgens de website) staan even later mijn collega’s en ikzelf in de zon van een wijntje te nippen.
Aan de overkant van de haven liggen twee grote zeeschepen. De voorste daarvan heeft zojuist de trossen losgegooid en ligt op stootgaren. Ze moet achteruit de haven uit. Natuurlijk kunnen we het niet laten:
‘Nou, ik had die voortrosjes wat langer vastgehouden totdat het achterschip weggedraaid is!’
‘Ze gaat op deze manier wel érg dicht langs dat schip achter haar!’
‘Linksdraaiende schroef, nou, dan weet je het wel…’
‘Zou ze wel een loods aan boord hebben?’
‘Klappie vooruit! Tjonge jonge, zou d’r bijna naar toe gaan om die kapitein wat manoeuvreer-les te geven… Misschien volgende keer een sleepbootje erbij?’
Maar het ging natuurlijk allemaal goed, de loods en kapitein daar aan boord wisten wat ze deden. De beste stuurlui (in dit geval een stelletje gewezen kapiteins) staan aan wal. Nou ja, eigenlijk op de ‘buitendekken van een feestboot…’
Boven: 'Docks 3'
Onder: 'Tres Hombres'
Bootjesnieuws
Soms lijkt het wel of zélfs de sector, die zorgdraagt voor zeker 80% van het wereldwijde goederenvervoer, de aandacht krijgt die het verdient. Het viel me op dat er steeds vaker berichten in de media verschijnen over schepen, bootjes en andere maritieme zaken. Het lijkt er wel op dat het vaak om minder positieve zaken gaat. Een paar recente voorbeelden hieronder.
Eind april werd opnieuw een hulpkonvooi van voornamelijk jachtjes met activisten in internationale wateren tegengehouden. Israël stopte voor de kust van Kreta (maar liefst 450 mijl van de Israëlische kust) de armada. Internationaal recht, vrije doorvaart op zee, het zijn allemaal begrippen die er tegenwoordig niet meer toe doen, naar het schijnt.
Een ander voorbeeld, de blokkade van de Straat van Hormuz. Zomaar, van de ene op de andere dag, brak in het Midden-Oosten een oorlog uit. Zeelieden die daar toevallig waren (en geloof me, niet veel zeelieden varen voor hun plezier in de Perzische Golf) zaten en zitten als een rat in de val. Wel verschenen er berichtjes dat verschillende schepen tóch door de straat voeren. Tot het 142 meter lange superjacht Nord van een stinkend rijke Russische oligarch toe…
Beurtelings werd de Straat geblokkeerd door Iran en Amerika. Ook deze landen hebben geen boodschap aan ‘vrije doorvaart’ of internationale wateren, met als gevolg een wereldwijde economische crisis. Een staaltje van hoogoplopend haantjesgedrag tussen (de leiders van) twee landen, met als gevolg onschuldige zeelieden in acuut gevaar.
Nog eentje? Onze Nederlandse kustwacht rapporteerde laatst dat er minder schepen van de zogenoemde Russische schaduwvloot langs de Nederlandse kust varen. En dat zullen er nog wel minder worden: er gaat meer samengewerkt worden om valse vlagregistraties (gevoerd door o.m. schepen van diezelfde schaduwvloot) tegen te gaan. De meestal tankers varen nu om de Britse eilanden heen om buiten bereik van de kustwacht van België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te blijven. Gisteren nog werd deze schaduwvloot ook al wat gedecimeerd doordat Oekraïne twee tankers in de Russische haven Novorossiejsk heeft uitgeschakeld.
Was er ook positief bootjesnieuws? Jazeker, gelukkig wel! Heeft het grootste deel van het bootjesnieuws te maken met oorlog en (veel) geld, nu werd kosten noch moeite gespaard om het leven te redden van een bultrug die in de Oostzee gestrand was. Afijn, ik denk dat de meeste mensen er wel van gehoord hebben en er wat van vinden. De laatste fase van de redding werd uitgevoerd met een wel heel bijzonder vaartuig. Volgens een gerenommeerd dagblad, dat overigens niet uitblinkt in maritieme termen, werd het inmiddels uitgeputte dier de laatste vierhonderd mijl in een ‘ondergelopen vrachtschip’ naar dieper water gebracht.
Een ondergelopen vrachtschip? Ik ken veel typen schepen en bootjes, van jachtjes met activisten tot schaduwschepen met een valse vlag. Van een ondergelopen vrachtschip had ik nog niet gehoord.
Boven: 'Ondergelopen vrachtschip' 'Malabo' (Lagos)
Beneden: Springende walvis
Maak jouw eigen website met JouwWeb