De nieuwste column

De verhalen hieronder zijn recentelijk verstuurd naar het Maritieme weekblad Schuttevaer.  Mogelijk lees je ze binnenkort in dit weekblad.

Het bovenste verhaal is het meest recente


Sanitaire problemen

Bemanningsverblijf USS Wisconsin

Een schip met een luchtje

 

Het is een gekrioel van mensen aan dek: her en der worden gevechtsvliegtuigen verreden, er wordt proviand, materialen en munitie geladen, er liggen een aantal bootjes langszij en er klauteren aflossers over de gangway aan boord, met plunjebalen. Dan komt het omroepsysteem tot leven.

  

‘To all, to all! This is your captain speaking!’

Als de kapitein spreekt houdt iedereen zijn mond en luistert. (Afijn, dit is de theorie).

De kapitein heeft het over een glorievolle en eerzame missie die de US Navy gaat uitvoeren.

   ‘Het heeft onze geliefde president behaagt ons machtige superschip naar de Golf te sturen om orde en vrede in het hele Midden-Oosten te brengen! Wij zullen de agressors verslaan en met onze machtige schepen de vrijheid op de wereldzeeën terugbrengen. Amerika is het sterkste land op deze planeet, heeft de machtigste marine en de Gerald R. Ford is het grootste en krachtigste oorlogsschip dat ooit gebouwd is!’

Ik weet niet of het schip inmiddels is aangekomen in de Golfregio, maar feit is dat het vliegdekschip moest uitwijken naar Kreta, in verband met een brand en sanitaire problemen.

   ‘Sir, Captain, een bericht van het Witte Huis.’ De verbindingsofficier staat voor het verblijf van de kapitein en snuift. Ruikt hij het goed? Dat is... het lijkt wel… poep! Het verblijf van de kapitein ruikt lichtjes naar een riool!

   Intussen staat een paar dekken lager matroos 2e klasse Pegseth in de lange rij te wachten tot hij aan de beurt is om zijn lunch te ontvangen.

   ‘Hé!’ hij stoot zijn maat aan die voor hem in de rij staat, ‘sta je winden te laten?’ Private First Class Fance kijkt zeer verontwaardigd om en snauwt Pegseth toe dat hij het zelf wel zal zijn. En inderdaad, ook hier hangt een weeïge rioollucht.   

   ‘Nou, ik ruik nog steeds de brandlucht van die fik van vorige week.’ Bromt Private First Class Fance mopperig.

   Dat was me ook wat! Een brand in de wasserij waardoor nu honderden bemanningsleden zonder kooi of beddengoed zitten! Er moeten zelfs tientallen bemanningsleden op tafels slapen! Lijkt me niet fijn om onder een tafelkleed op een ontbijttafel te moeten liggen terwijl er een doordringende stank hangt…

   ‘Dan kan je je lol op’, zegt Pegseth, ‘binnenkort steken we Iran in de fik!’

   ‘Het kan mij geen donder schelen wat we in de fik gaan steken, zolang het maar niet ons schip is!’ moppert Fance. ‘Trouwens, die hele oorlog hier… Waar gaat het eigenlijk over?’

   ‘Ik weet het ook niet precies, iets met hoge benzineprijzen of zo. In ieder geval zit er een vies luchtje aan deze oorlog…’

   ‘Wáár zit een vies luchtje aan matroos 2e klasse!?’ buldert Second Lieutenant Pubio, die toevallig langsloopt.

   ‘Sir! Nergens sir! Ik bedoel, aan ons schip, sir!’ Luid snuivend staat Pegseth in de houding.

   ‘Ons schip, sir, er zit een luchtje aan…’ zijn stem sterft weg.

  


Omleidingen

 

Autorijden is niet mijn hobby. Ik haalde mijn rijbewijs pas op late leeftijd waardoor de routine er niet in slaagde vaste grond onder de voeten te krijgen. Het grootste deel van mijn leven heb ik gevaren, het was geen periode met veel autokilometers. Daarom zou je mijn rijstijl het best kunnen beschrijven als ‘voorzichtig’.

   Wanneer ik in mijn auto zit moet het rustig zijn om me heen, dus geen bonkende luidsprekers die klinken als een extra motor. (Rij je eindelijk elektrisch en stil, staan die loudspeakers te bonken…) Eigenlijk heb ik nooit de radio bij staan, bedenk ik me opeens. Alleen bij zeldzame langere ritten zet ik nog wel eens een zender op die ook informatie geeft. Het is fijn om te weten wanneer je een file kan verwachten of waar er aan de weg gewerkt wordt.

   Een tijdje geleden reed ik ‘s morgensvroeg met iemand mee die én de radio bij had staan én zijn mobieltje in een handig rekje aan het dashboard had hangen. De radio gaf de plaatsen door waar zich files bevonden en zijn mobieltje gaf handige informatie hoe het beste een alternatieve route te vinden. Zo navigeerde hij zich door de ochtendspits en presteerde het om in vijf kwartier de reis te volbrengen, met files en gladde wegen, in plaats van vijfenveertig minuten in optimale omstandigheden.

   Ontspannen op de bijrijdersstoel bedacht ik voor de zoveelste keer (met mijn door maritieme ervaring aangetaste brein) hoe veel voordelen de zeescheepvaart wel niet heeft.

Bijvoorbeeld wanneer een schip dat vóór je vaart een storing krijgt en stilvalt; je verandert eenvoudig een paar graden koers en vaart eromheen. Een depressie ergens op de Noord-Atlantic? Verleg je koers richting Azoren en daarna weer om de west. Opgelost! (Op dat vervelende mailtje van de reder na dan: ‘We hebben vernomen dat u een andere koers vaart en…’) Drukte in een nauwe doorvaart? Nog nooit meegemaakt dat er een file schepen urenlang achter elkaar stillag.

   Maar gaat dat nog wel op in 2026? Lang niet overal kun je meer zorgeloos varen. Een (onvolledige) opsomming:

 

Boven: Typische 'Golfvaartuigen' (Abu Dhabi)

Onder: filevaren in het Suez kanaal.

 

Kom niet te dicht onder de kust van de Gazastrook. Ook niet rond Cuba. (Vooral niet wanneer je olie hebt geladen). Pas op met je snelle boot als je in de buurt van Venezuela vaart. Ga niet door de Straat van Hormuz (en schepen die al in de Golf liggen: blijf nog maar even liggen…) Bab el Mandeb en Sigapore Strait: ook al risicovolle passages. Schepen in de Zwarte Zee, opletten geblazen. En is de Noordelijke doorvaart bovenlangs Rusland nog wel open voor (Westerse) scheepvaart? Vaar je op een tanker in Iraakse wateren? Je kan zomaar uit het water worden geblazen.

   De lijst is lang en wordt almaar langer. De radio geeft wel de brandhaarden op de wereld aan maar een eenvoudig appje die moeiteloos omleidingen doorgeeft is er nog niet.


Oorlogsgebied

 

Terwijl ik dit typ zijn vakbonden en redersvereniging nog in gesprek of de Perzische Golf wel of niet een oorlogsgebied is. Intussen verslechterd de situatie in het gehele Midden-Oosten in rap tempo. De koppen in de kranten, het nieuws op televisie en social media maken één ding duidelijk. Er is daar een snel escalerende oorlog aan de gang en zelfs de aanstichters van deze ramp schijnen niet te weten wat het uiteindelijke doel van dit afschuwelijke geweld is en hoelang dit nog gaat duren. Ging het om ‘regime-change’? Was het om de Iraanse bevolking te helpen? Om het veronderstelde atoomprogramma van Iran te elimineren dan misschien? Of misschien om de media-aandacht af te leiden voor interne (Amerikaanse) schandalen… Niemand die het weet.

   De zeelieden in de Golf, plotseling gevangen op hun schepen, terwijl er allerhande oorlogstuig over hun hoofden giert, zal het worst wezen. Zij willen maar één ding en dat is doen waarom ze aan boord zijn gestapt. Geld verdienen voor het thuisfront op een veilige manier. Niemand van hen heeft gevraagd om in een oorlog verzeilt te raken!

   Intussen worden er koopvaardijschepen aangevallen en vallen er gewonden en doden.

   ‘Er is op dit moment geen plek in de regio die echt als veilig wordt gezien.’ Aldus een woordvoerder van de redersvereniging op 12 maart.

Voor zeelieden aldaar is de situatie wezenlijk anders dan toen met de coronapandemie. Hoewel ook toen duizenden zeelieden niet afgelost konden worden en nergens de wal op mochten was er geen kans dat er plotseling een raket zich door de romp van je schip boort.

   ‘Gezien de situatie is het compleet onverstandig om door de straat (Hormuz) te gaan, zelfs als daar een gratis verzekering tegenover staat.’ Aldus de reders op 13 maart.

Intussen gaan de aanvallen van Amerika en Israël onverminderd door en ook de tegenaanvallen van Iran stoppen niet.

Dus er is op dit moment nog geen besluit genomen of zeevarenden eigenlijk wel of misschien toch niet in een oorlogsgebied liggen. Het onderwerp wordt maandag 16 maart opnieuw besproken. Feit is dat over en weer raketten en drones vliegen; ik begin me toch af te vragen wanneer er sprake is van ‘oorlogsgebied’ (en wanneer de speciale regelingen voor de bemanningen daarvoor gaan gelden). Ik zoek het op:

   Een oorlogsgebied voor zeelieden (vaak aangeduid als een oorlogs- of risicozone) is een specifiek afgebakend zeegebied waar een actief militair conflict plaatsvindt, waardoor de veiligheid van de scheepvaart in het geding is.

   Ik wil me niet bemoeien met het gesprek tussen reders en vakbonden, maar denk persoonlijk dat de Perzische Golf in alle opzichten voldoet aan de criteria beschreven in deze definitie. Hoe moeilijk kan het zijn? Noem deze hel waarin zeelieden onbedoeld beland zijn een oorlogsgebied. Hopelijk is deze kwestie bij publicatie van deze column opgelost, maar waarom heeft dit zo lang moeten duren…?

Linksboven: 'USNS Yano' (Mississippi) 

Boven: 'USS Arlington' (24) (Norfolk)

 


Bajesboot

 

Het was maar een klein artikeltje, laatst in de krant. Wellicht viel het niet eens op. De kop van het verhaal trok mijn aandacht in ieder geval wel: ‘Cellentekort drijft DJI (Dienst Justitiële Inrichtingen) in richting gevangenisboot.’ Leuk gevonden. Al vaker waren er berichten dat gedetineerden niet hun hele straf hoefden (konden) uitzitten, of dat veroordeelden in plaats van de gevangenis in te draaien een enkelband kregen, gewoon omdat er te weinig cellen zijn. Of misschien wel te veel boeven…

   De Dienst Justitiële Inrichtingen denkt nu dus aan een drijvende gevangenis als oplossing voor het cellentekort. Dit terwijl in Hoorn nog niet zo lang geleden een modern ogende gevangenis volledig is gesloopt. De plek waar het complex heeft gestaan ligt nu al jaren braak. Ik ben geen bouwkundige en weet niet in wat voor een staat het gevangeniscomplex in Hoorn was, maar het komt vreemd over een bestaande gevangenis af te breken en nu op zoek te moeten naar een drijvend complex.

   Nog een dingetje wat speelt bij de komst van een gevangenisschip: protesten van omwonenden (en niet-omwonenden, gemobiliseerd door bepaalde politieke partijen om hun standpunten uit te dragen…) Ik herinner me diverse rellen toen er (o.a. Oekraïense) vluchtelingen moesten worden opgevangen. Daar zaten veel ‘ruimdenkende’ Nederlanders niet op te wachten!

   Destijds, in Beverwijk, eigenlijk Velsen Noord, ontstond onrust toen het m.s. Ocean Majesty aanmeerde om vluchtelingen te huisvesten. Dus genoeg is genoeg, niet óók nog een bajesboot! Beverwijk heeft de poorten gesloten. ‘Het bestuurlijk draagvlak ontbreekt,’ aldus het artikel.

   Het is natuurlijk niet niks, een schip vol boeven in je gemeente te hebben liggen. Het artikel in de krant meldt dan ook beeldend: ‘Gevangen op een boot zitten, klinkt als het begin van een enge film.’ Maar is dat voor de omwonende burgerij ook het begin van een enge film? Die boeven kunnen, als het goed is, niet van boord. Ze hangen niet in groepjes ’s avonds op de kade rond, passanten die hun hondje uitlaten lastigvallend en troep op de kade achterlatend. Nee, ze zitten in hun cel! Ik denk niet dat er veel risico zit gevangenen op een schip vast te houden, niet voor de gedetineerden en niet voor de bewoners in de buurt.

   Zelf heb ik het ook meegemaakt, ‘gevangen op een boot’. Niet dat ik me met criminele zaken had beziggehouden, maar tijdens de coronaperiode mochten zeelui ook nergens de wal op. Nog geen stap! Het kwam vaak voor dat onze Filipijnse bemanning meer dan een jaar aan boord ‘gedetineerd’ waren.  

Geheel boven: Cape Town, Casteel de Goede Hoop, gevangenis

Boven: Hoorn, voormalig gevangeniscomplex

 

Op het moment dat de gemoederen weer hoog oplopen bij mensen - die zelf in alle vrijheid kunnen gaan en staan waar ze maar willen - zijn het opnieuw zeelui die ‘gevangen op een boot zitten.’ Ditmaal in de Straat van Hormuz. Klein verschil: deze keer lijkt het écht het begin van een enge film te worden.


Scheepsnamen

 

Waarschijnlijk hebben varende lezers het blad wel eens zien liggen in de messroom: de Diepgang. (Of, volgens de Engelstalige achterkant, Deep end) Het is een tweetalig blad, uitgegeven door gezamenlijk de Nederlandse Zeevarendencentrale en Stichting Pastoraat Werkers Overzee. Sinds jaar en dag schrijf ik artikelen voor dit blad. De redactie vond het een goed idee om regelmatig aandacht te schenken aan maritieme kunst. Meestal neem ik dit artikel voor mijn rekening en zo ook laatst voor het lentenummer.

   Ik haalde daarbij een aantal namen aan van bekende kunstenaars zoals Rembrandt van Rijn, Frans Hals maar ook Dali. Wat was de voornaam van die surrealist ook alweer? Ik besloot het op te zoeken en toen ik het vond begreep ik direct dat de schilder zijn werken alleen met ‘Dali’ signeerde, soms met een jaartal erachter. Wanneer je officieel Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech,markies de Dalí de Pubol heet, laat je het wel uit je hoofd iedere keer je volledige naam onder een zojuist gemaakt schilderij te zetten.

   Namen moeten kort, krachtig en makkelijk te onthouden zijn. Na de ontdekking van Dali zijn volledige naam leek het me een leuk idee om scheepsnamen aan een onderzoekje te onderwerpen.

   Niet zelden ben ik schepen met vreemde namen tegengekomen. Allereerst vind ik dat een schip eigenlijk een vrouwennaam moet hebben: een schip is immers een ‘zij’.

Maar ja, wie ben ik. Veel scheepseigenaren hebben daar maling aan, zeker in de VS en dan met name bij de marine. Wat te denken van USS George H.W. Bush? Of USS George Washington? Beiden zijn vliegdekschepen en die worden in Amerika nu eenmaal traditiegetrouw vernoemd naar presidenten.

  

Boven: 'Krasnoyerskiy Komsomolets' (ex 'Ely Tesco')

 

 

Nog een paar opmerkelijke scheepsnamen: Krasnoyerskiy Komsomolets of Tryenazxeramp. Lijkt me niet handig wanneer je in een noodsituatie snel je naam moet doorgeven…

   ‘Rotterdam Port Control, this is motorvessel Krasnoyerskiy Komsomolets, we have an emergency situation, do you copy…?’

   ‘Eh, Krasmolet.. Krosnova…’ Alleen al in zo’n geval lijkt het me beter een korte duidelijke naam te voeren. Zelfs Nederlandse rederijen gaan wel eens in de ‘fout’ hun schepen namen te geven die lastig te herhalen zijn voor buitenlandse radiostations. Een voorbeeld is het Nederlandse schip Archangelgracht en dan uitgesproken met meervoudige schrapende ‘g’s’ in de naam, die klinken als nagels over een krijtbord…

Veel gehoord was daarom de verbastering arc-angel-cratsj. Dat was tenminste nog een beetje in de buurt.

   Er zijn ook rederijen zonder al teveel fantasie. Zij noemen hun schip eenvoudig Mein Schiff. En toen er meerdere schepen in de vaart kwamen werd het Mein Schiff 1 t/m 7.

Dit betrof een cruisemaatschappij. Een andere cruisereder noemde zijn schip Navigator of the Seas, waarschijnlijk om de passagiers gerust te stellen dat dit schip haar weg wel zou kunnen vinden.

   Tenslotte nog een, onbedoeld, niet zo passende naam. Zo kwam ik midden in de coronapandemie het schip Corona tegen. Het leek ons beter, gezien de tijdgeest, gepaste afstand te houden.

 

Boven: 'Tryenazxeramp' (Mariupol) no.1


Schepen 'built in the USA', Savannah.

Schepenbelasting

 

Het kwam, na bijna twee jaar in het T-tijdperk te hebben verkeerd, niet als een verrassing. ‘Trump wil havenbelasting voor alle in het buitenland gebouwde schepen’, kopte de krant. Nu de (willekeurige) handelstarieven afgebrand zijn door de rechtelijke macht in de VS moet er op een andere manier geld worden binnengehaald. Oeps, nee, dat is niet helemaal waar. T. heeft nobele bedoelingen. Mijn excuses.

   In het America’s Maritime Action Plan staat namelijk dat het aldus geheven belastinggeld besteed gaat worden om de Amerikaanse scheepsbouwsector nieuw leven in te blazen. Dit vindt meneer T. billijk ‘omdat in het buitenland gebouwde schepen profiteren van de toegang die ze krijgen tot de Amerikaanse markt’… Daar is wel wat op af te dingen.

   Amerikanen hebben de spullen die het land binnenkomen (per schip) hard nodig en het is niet de schuld van buitenlandse reders dat de complete scheepsbouw in de VS (op een enkele marinewerf na) volledig verdwenen is. Goedkopere arbeidskrachten in Azië deed de scheepsbouw in Amerika de das om en andersom geredeneerd: Amerika werd te duur om daar je schepen te laten bouwen. Ik denk, heel misschien, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat dit in de VS niet snel zal veranderen. Vind daar maar eens één operationele scheepswerf, die een deel van de honderden (koopvaardij)schepen die per jaar gebouwd worden, kan opleveren. Alleen China bouwt al 1700 schepen per jaar!

  

Graaitax; arend op opslagtank te Savannah

 

Maar de Amerikanen geloven dat het kan. Overigens, als je niet beter wist zou je denken dat het America’s Maritime Action Plan rechtstreeks uit een Noord Koreaanse propagandamachine is gerold; ‘Dankzij het leiderschap en de visie (…) van president Donald J. Trump bewegen de Verenigde Staten zich vastberaden richting een nieuw Maritiem Gouden Tijdperk…’ en zo gaat het nog even door, onder andere over een veerkrachtige beroepsbevolking. Ik las laatst nog dat ruim 60% van de Amerikaanse beroepsbevolking van ‘paycheck naar paycheck’ leven, oftewel: er blijft niets over aan het eind van de maand. Dit komt mede door eerdere Trumpiaanse heffingen die alledaagse producten in de supermarkten almaar duurder maken. Het geld moet tenslotte érgens vandaan komen.

   Ok, heffingen dus wanneer je met een niet in Amerika gebouwd schip binnenkomt. Minder dan 1% van de schepen wereldwijd zullen de heffingen ontlopen want: in Amerika gebouwd.

Nederland is een maritieme natie, het zal ons land dan ook niet onberoerd laten. Daarom, geheel gratis aangeboden, een ideetje voor onze nieuwe regering die moet gaan zorgen dat we een maritieme natie blijven. Inclusief met in Nederland en Azië gebouwde schepen, die onbekommerd wereldwijd kunnen blijven varen.

Beste Rob Jetten: vanaf de dag dat Big T. de schepenbelasting gaat invoeren slaan wij terug met een vliegtuigbelasting voor alle vliegtuigen die niet in Nederland gebouwd zijn! Dat zijn ruim 1300 vliegtuigen per dág! Want geen één is gebouwd in Nederland. Kassa! En het mooiste is dat de meeste vliegtuigen uit… inderdaad, de VS komen.

 


Taboe

 

In het souterrain van een oud pand aan de Kromme Waal te Amsterdam was mijn keuringsarts voor de zeevaart gevestigd. Ik zat daar te wachten tot het mijn beurt was een lichamelijke keuring te ondergaan zodat ik er weer twee jaar tegenaan kon. Middenin het souterrain was, misschien om de wachtende zeeman een enigszins nautisch gevoel te geven, een betonnen vijver gebouwd. Daaromheen stonden stoelen met in de hoek een tafel vol stokoude tijdschriften. In de andere hoek een toilet waar je in een plastic potje urine moest trachten te lozen. (‘Even lenzen op de voorpiek…’)

   Het was behoorlijk druk, er waren nog maar een paar stoelen onbezet en nog steeds druppelden er zo nu en dan een zeeman binnen. De buitendeur zwaaide open en een zevental Filipijnse zeelui kwamen, onder begeleiding van hun Nederlandse scheepsagent, binnen. Vier ervan veroverden een vrije stoel, de overgebleven drie keken rond en toen het duidelijk werd dat er geen zitplaats meer was namen ze onbeschroomd plaats op de schoot van hun collega’s.

   Even was ik met stomheid geslagen maar al snel corrigeerde ik mijn negatieve (Westerse) gedachten die door mij heen gingen. Waarom geef je deze mensen direct het etiket homoseksueel, vroeg een venijnig stemmetje in mijn hoofd direct. Terecht, want je weet toch dat Filipijnse mensen veel lichamelijker met elkaar omgaan? Was je al vergeten dat met karaoke-avondjes de matrozen soms wel heel gemoedelijk bij elkaar zitten? Schuldbewust vermande ik me en verdiepte me in een twee jaar oud tijdschrift.

   Dit voorval schoot door mijn hoofd tijdens het lezen over plannen van filmmaker Tomas Ponsteen om een documentaire over ‘homoseksuele zeelieden’ te maken. Ik had zo mijn twijfels. Heb ik ooit met een ‘uit de kast gekomen’ homo gevaren? Nee toch. Maar dat was te kort door de bocht. Ben ik immers niet één van die leerlingen geweest die nog ‘gewoon’ op een trainingsschip een deel van de vaartijd moest halen? Op dat schip, de Prinses Margriet, ging het er nog ouderwets aan toe. Er waren zelfs nog stewards die in de officiersmess de lunch opdienden. Eén van hen viel onmiddellijk op. Overduidelijk en openlijk gay, maar volledig geaccepteerd door bemanning en leerlingen. Ik was niet eens verbaast, tenslotte leefden we in de tachtiger jaren…

 

Boven: Stoere zeelui, geen plaats voor homoseksuelen?

Beneden: Zelfde als boven...

  Veel later, na de val van het IJzeren Gordijn, verschenen er Russen, Esten en Oekraïners op de Nederlandse schepen. En hoewel ik het idee had dat Nederlandse officieren over het algemeen geen moeite hadden met gay-collega’s werd de sfeer toen wel anders wanneer het over homo’s ging.

   ‘Ik breek zijn beide poten en donder hem het huis uit wanneer mijn zoon verteld dat hij homo is! En in de machinekamer moet ik ze ook niet!’ Brieste een hwtk uit Estland toen het gesprek tijdens pikheet over homo-acceptatie ging.

Ik ben zeer benieuwd naar de documentaire. 


De maritieme toekomst

Wij Nederlanders zijn maar wat trots op onze scheepvaart die ons gemaakt heeft tot wat we zijn. Onze maritieme sector doet ertoe! We hebben een zeer kwalitatieve scheepsbouw, prima havens met grote bedrijven die daar gevestigd zijn, moderne haveninstallaties, noem maar op!

   Andere landen nemen er graag een voorbeeld aan en nu Nederland voor de verandering weer eens een échte regering heeft met een akkoord dat ‘belangrijke kansen biedt voor energietransitie, innovatie en een sterk maritiem vestigingsklimaat’ is de toekomst hoopvol.   Althans, dat was mijn indruk toen ik door de krant bladerde.

   De KVNR was trots op erkenning als economische groeimotor door het nieuwe kabinet, er komen miljarden vrij voor infrastructuur, de Drechtsteden willen 2 miljard steken in de maritieme sector én, last but not least, er staat een cruiseschip op stapel met ‘het grootste aantal glijbanen van de NCL-schepen!’ (Dit laatste ter kennisgeving…)

   In dit goede nieuws voor de toekomst van de maritieme sector vliegen de termen je om de oren. Allerlei topmannen en -vrouwen leggen een ei over de economische groeimotor, innovatie-ecosystemen, laadinfrastructuur, automatiseren, robotiseren, innovatie versnellen, living labs, geautomatiseerde lasstraat/robot, batterij-elektrisch baggeren en biobrandstofnormen. Heel modern en ik word bijna een beetje warm van trots. Dat Nederland dat allemaal kán en van plan is!

 

 

Maritieme infrastructuur (Korea)

   Toch wringt er iets wat mijn euforisch gevoel enigszins ondermijnd. Ik kan er niet helemaal de vinger op leggen. Dus doe ik wat onderzoek en plotseling valt het kwartje. Ik vind een aantal eerder gepubliceerde artikels die wel heel erg contrasteren met de hoopvolle berichtgeving van hierboven. Lees het nog maar eens terug al die plannen van maritieme topmannen en -vrouwen… Juist. Valt het op dat alles moderner, sneller, efficiënter en geautomatiseerd moet gaan worden in de maritieme sector? Maar pas aan het eind van een ronkend artikel, in één enkele zin wordt mijn onbestemde gevoel bevestigd. Het is mijns inziens de cruciale schakel of al deze mooie plannen kans van slagen hebben. Er staat: ‘…door inzet van innovatie… een oplossing te vinden voor de chronische personeelstekorten in de sector.’ Er zijn geen mensen die de toekomstdromen moeten waarmaken!

   Dan schiet me een ander artikel te binnen. Het is de uitslag van een grote enquête van de World Maritime University uit Zweden, gehouden onder zeevarenden. Het blijkt dat maar liefst 51,9 % van de geënquêteerde zeelieden binnen vijf jaar de sector willen verlaten!

    Hoofdredenen: ervaren van (ernstige) stress, werkweken van gemiddeld 71,3 uur en voor de meeste zeevarenden is er geen enkele vrije dag gedurende de periode aan boord. Dus om nu alleen de maritieme opleidingen aantrekkelijker maken… Dat gaat hem niet worden.

Het lijkt me daarom logisch dat reders, beleidsmakers, toekomstig premier Jetten en iedereen die mogelijk invloed heeft in de maritieme sector zich gaat inzetten voor eerlijke betaling, (veel) minder werkdruk en meer ontspanning voor degenen die de mooie toekomst vorm moeten gaan geven.

 

Maritieme infrastructuur (Nederland)


Pestkoppen

 

Op Nederlandse scholen zijn anti-pestregels al lang gemeengoed maar nu heeft de IMO er ook lucht van gekregen. Wat blijkt: aan boord wordt ook gepest! Dus worden er regels opgesteld om dit te stoppen, aldus een krantenartikel deze week. Pesten aan boord, het klinkt onschuldig zoals een kind dat uitgelachen wordt omdat het rode haren heeft. Of een bril. Of, minder onschuldig, anders praat omdat de ouders niet uit Nederland komen of…

   Heb ik daar eigenlijk mee te maken gehad toen ik als jong, onervaren ventje aan boord stapte? Ik pijnig mijn geheugen maar kan eigenlijk geen voorbeelden bedenken, of het moet die keer geweest zijn dat ik mijn werkspijkerbroek (er werd nog geen werkkleding verstrekt door de reder…) voor de zoveelste keer versteld had. Het leverde commentaar op van een oude Spaanse matroos die vond dat ik er met een broek, vol met bontgekleurde lappen, als een ‘maricon’ uitzag. Ik was diep beledigd maar na het werk dronken we gewoon weer samen een biertje.

   Valt het dus mee, pesten aan boord? Er werd gepest, natuurlijk, maar voornamelijk goedmoedig en meestal konden de ‘slachtoffers’ er achteraf wel om lachen. Je moet tenslotte wel ergens tegenkunnen als je besluit te gaan varen, toch? En hoewel ik moeite heb voorbeelden te vinden kan ik me geen ernstige gevallen herinneren. Liep het echt uit de klauwen dan kon je natuurlijk altijd naar de kapitein gaan. Die zorgde er dan voor dat het getreiter ophield. Is de IMO plotseling ‘woke’ geworden? Hebben ze het licht gezien?  

 

Goedmoedige pesterijen tijdens: zeewater drinken...

 

  Midden op de oceaan passeren we een zusterschip van dezelfde rederij. We roepen het op om te horen of er nog bekenden aan boord zijn. Inderdaad, de eerste stuurman van het schip heeft eerder met mij gevaren. Wij vormden toen een prima koppel. Hij, zeer ervaren en intelligent en ik, niet zo lang kapitein maar wel kwam eerst de bemanning en daarna schip en reder.

   ‘Hoe gaat het Edwin? Naar je zin?’ Maar wanneer ik verwacht zou hebben dat er een enthousiast verhaal zou volgen, blijkt Edwin behoorlijk mat en zelfs lusteloos. Zo ken ik hem niet.  

  Pas veel later, we zijn dan weer met verlof, komt zijn verhaal. Toen wij elkaar passeerden voer hij met een behoorlijk narcistische kapitein die eigenlijk onzeker en niet altijd even kundig was. Vaak wist Edwin het veel beter dan de ouwe en toonde dat ook aan. In plaats van dankbaarheid te tonen werd de stuurman op alle mogelijke manieren gekleineerd, belachelijk gemaakt en genegeerd. Pure geestelijke mishandeling! Er was voor hem geen hogere in rang om zijn beklag te doen; de intimidatie ging vier maanden door… Zo erg dat hij overwoog te stoppen met varen.

 En dat vraag ik me af bij de nieuwe antipestregels van de IMO: hoe handhaaf je die wanneer alle communicatie via de kapitein loopt? Het krantenartikel had hier geen antwoord op.

Neptunus en Amalia.


Licht bedrijfsrisico

 

Het is niet helemaal onbegrijpelijk dat sommige nieuwsberichten naar de achtergrond verdwijnen wanneer iedere nieuwe dag platgebombardeerd wordt door ongekend verbijsterende nieuwsfeiten. Nederland dat tijdens nieuwjaarsnacht in een slagveld veranderde, de ‘wapenstilstand’ in de Gazastrook, de zeer bloedige demonstraties in Iran, een president van een NAVO-land die continu dreigende taal uitslaat richting een ander NAVO-land (als een dreinerig kind die zijn zin niet krijgt), tariefheffingen door dezelfde ‘trouwste en grootste bondgenoot’, de voortwoekerende wrede oorlog in Oekraïne, de kidnap van het staatshoofd van Venezuela (al is Maduro ook geen lekkertje), de onmenselijke vluchtelingencrisis in Sudan en  o ja, vergeet niet onze nationale ‘horror-winter’ die precies vijf dagen aanhield. Het leed, met name in de spits, was niet te overzien…

   Tja, wanneer je jezelf dan dagelijks door al dit nieuws hebt moeten worstelen kan dit korte berichtje je zijn ontgaan: ‘schepen vaker aangevallen door piraten’.

   Huh, dacht ik, piraten? Dat was toch iets uit de beginjaren van deze eeuw? Ik weet het nog goed: wanneer de nieuwe reis bekend was en het bleek dat we door de Golf van Aden moesten, gingen aan boord alle alarmbellen af. Nou ja, niet letterlijk. Maar de poorten van verblijven die vanaf dek bereikbaar waren werden dichtgelast met tralies, scheermesjesdraad werd rondom de accommodatie aangebracht, brandslangen werden aan de railing bevestigd om nevelgordijnen te creëren, de standaardorder ’s avonds de gordijnen te sluiten werd van kracht, de citadel werd gecontroleerd, de satelliettelefoon getest, de deuren gingen ’s nachts op slot, een extra uitkijk op de brug en de kapitein had uitgebreid mail,- en telefoonverkeer met de reder om deze toch maar te overtuigen van het nut bewapend veiligheidspersoneel aan boord te sturen. Deed je dit laatste niet, kon het zomaar gebeuren dat je, bewapend met je brandspuiten, er alleen voorstond. 

   Na járen vergaderen, evalueren, rapporten schrijven en nog meer vergaderen mochten er op Nederlandse koopvaardijschepen éindelijk bewapende beveiligers aan boord. Deze werden dan, varende van oost naar west, in Galle, Sri Lanka, opgepikt. Nadat er op zee corridors waren ingesteld en marineschepen op piraten begonnen te jagen werd het rustig(er) in de Golf van Aden en aanliggende wateren.

   Daar kwam dus in 2025 verandering in: ‘137 incidenten werden er dat jaar geregistreerd, het hoogste aantal in vijf jaar! Op 121 schepen gingen piraten aan boord, vier schepen werden gekaapt en twee beschoten. Op nog eens tien andere werden aanvalspogingen gedaan. 46 bemanningsleden werden gegijzeld en 25 ontvoerd. Vier personen raakten gewond’.

   Was dit soort nieuws iets om wakker van te liggen als zeeman in het begin van deze eeuw, tegenwoordig vallen deze risico’s wellicht onder de noemer ‘licht bedrijfsrisico’ wanneer je het overige nieuws verneemt...

 

Rest de vraag waarom piraten het weer aantrekkelijk vinden om koopvaardijschepen aan te vallen. Zou het ermee te maken hebben dat bondgenoten van weleer andere prioriteiten hebben?  

Boven: gefotografeerd in IJmuiden, een bedrijf met zekere Amerikaanse invloeden.

Benedden: Terug van weggeweest, wapens aan boord van koopvaardijschepen...


Maak jouw eigen website met JouwWeb